KWTG Logo

Eureka

Hogeschool Iselinge heeft voor eerstejaarsstudenten de Wetenschap en Techniekmodule ‘Eureka’ ontwikkeld. ‘’Eureka! Ik heb het gevonden!‘’. Je ergens over verbazen en begrijpen hoe het zit geeft een goed gevoel en stimuleert om verder op onderzoek te gaan. 

Dit staat centraal in de ontwikkelde module waarin studenten onderzoek doen en leren hoe ze de onderzoekende houding kunnen stimuleren bij kinderen. In de onderzoekslijn gaan de studenten op zoek naar literatuur en schrijven ze een artikel met betrekking tot de onderzoekende houding en onderzoekend leren. Ook wordt veel aandacht besteed aan Wetenschap en Techniek en moeten studenten van alles uitzoeken. Daarnaast bezoeken ze diverse musea, waaronder Nemo en Naturalis. Dit resulteert uiteindelijk in een sciencedag, waarop de studenten hun zelf ontworpen experiment presenteren. Een soort mini Nemo, waar scholen uit de omgeving ook daadwerkelijk op bezoek komen.

Een direct betrokken lerarenopleider vertelt over Eureka: Eureka is ‘hands on’ en ‘minds on’. In de onderbouwmodule wordt vooral stilgestaan bij de zogenaamde 'Thinking Skills', zowel theoretisch als praktisch. In de onderzoekslijn staat het observeren centraal. In de overige twee semesters hebben we tweemaal drie techniekochtenden. We richten ons vooral op de wetenschapskant, de techniekkant kan nog beter worden aangezet. W&T is geïntegreerd met de vakken natuuronderwijs, aardrijkskunde, taal en rekenen en kent daarnaast de inhoudelijke systemen. Ook besteden we aandacht aan filosoferen met kinderen.

Binnen Eureka wordt de onderzoekende houding ook daadwerkelijk bij de studenten bevorderd. Je ziet dat dit aanslaat. In het derde jaar, als het werkplekleren op het programma staat, maken studenten een bewuste keuze voor scholen die ze hebben leren kennen als scholen die kiezen voor onderzoekend leren. De koppeling tussen onderzoek en praktijk is voor veel studenten nog lastig; je verwacht metacognitieve vaardigheden die ze niet allemaal hebben. Verder wijkt de basisschoolpraktijk nog wel eens af van de ideeën die wij hebben. Er wordt nog veel gedacht in methoden. Een student die een onderzoekscircuit in de stage wil uitvoeren kreeg bijvoorbeeld te horen dat de methode af moest zijn voor de toetsing.

Het KWTG heeft in ons curriculum echt gezorgd voor een omslag in denken. Je komt dichter bij de rol van de leerkracht, het gaat om het stellen van de goede vragen in plaats van het geven van het goede antwoord. Dat is best lastig. Veel studenten, maar ook leerkrachten, hebben nog moeite met het begeleiden van denk- en leerprocessen en meer dialogisch leren; het is een andere manier van lesgeven dan dat ze tot nu toe gewend zijn. Daar zijn kennis en vaardigheden, maar ook een verandering van mentale beelden voor nodig. Het vergt nogal wat van een leerkracht, die omslag is best lastig.

Er vallen nu wel kwartjes bij studenten. De studenten denken steeds meer na over verwonderingsmomenten, nieuwsgierig zijn en de onderzoekende houding. De didactische vaardigheden zijn verbeterd. Het stellen van goede vragen, de dialogische aanpak is lastig, hier zou meer aandacht voor moeten zijn. Nabespreken, reflecteren, begeleiden op metacognitief niveau krijgt aandacht binnen ons curriculum, maar de grote doorbraak moet nog komen. Dit komt ook door de praktijk waar de studenten in de scholen tegenaan lopen, hoewel er ook mentoren zijn die het wel oppakken. Je ziet kleine stapjes. Zelf haal ik er in ieder geval heel veel energie uit als ik zie hoe verschrikkelijk betrokken de leerlingen leren op de sciencedag onze studenten organiseren.