KWTG Logo

WKRU in gesprek met Ron Bormans

Onlangs heeft het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit (WKRU) een interview gehouden met Ron Bormans, voorzitter van het CvB van de HAN. Het WKRU is een samenwerkingsverband tussen de RU en de HAN. Daarnaast is de HAN ook een van de hoofdsponsoren van het WKRU.

Waarom vindt u het belangrijk dat universiteiten een wetenschapsknooppunt hebben?
Universiteiten vormen schatkamers van kennis die, mits goed ontsloten, kinderen doen watertanden. En dat kan een tweeledig effect hebben. De kwaliteit van het leren op de basisschool gaat omhoog én kinderen krijgen mogelijk die kiem van nieuwsgierigheid mee die hen ooit doet besluiten voor het hoger onderwijs cq de wetenschap te kiezen.

Wat zou de wetenschap het basisonderwijs kunnen brengen?
Wetenschap kan het basisonderwijs de kiem van alle leren brengen: nieuwsgierigheid. Kinderen kun je met wetenschap aanspreken op hun fascinatie voor het magische én hun alledaagse wereld om hen heen, waar heel veel in te ontdekken valt. Daarmee activeert wetenschap niet alleen de nieuwsgierigheid in een bepaald kennisdomein, het draagt ook bij aan een houding geïnteresseerd te willen zijn in de dingen die om ons heen gebeuren. En die grondhouding , zo kan elke onderwijskundige je uitleggen, leidt tot betere leerresultaten én een streven meer uit jezelf te halen. En dat is wat we kinderen gunnen én waar we als land ons voordeel mee doen.

Het WKRU is een samenwerkingsverband tussen de RU en de HAN. Daarnaast is de HAN ook een van de hoofdsponsoren van het WKRU. Waarom vind de HAN dit initiatief zo belangrijk?
De verbindende schakel tussen wetenschap en het basisonderwijs vormen de lerarenopleidingen. Daar leiden we de mensen op die later in het basis- en voortgezet onderwijs kinderen moeten uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Die studenten moeten wij de kennis en vaardigheden meegeven dat optimaal te doen. Abstract gezegd: we moeten onze studenten leren rijke leeromgevingen te creëren. En wetenschap helpt heel erg die rijke leeromgevingen te creëren, vanwege de inhoud, het soms spectaculaire karakter ervan, het laten zien van rolmodellen, enzovoorts.

In hoeverre sluit het wetenschapsknooppunt aan bij andere initiatieven/ visies van de HAN?
En voor ons is er ook nog een aardige “bijvangst”. De HAN vindt het heel belangrijk dat we een goed aanbod hebben aan technisch hoger beroepsonderwijs en willen graag dat veel jonge mensen zich interesseren voor die opleidingen. De ervaring leert dat te veel jonge mensen te snel zich afkeren van die vakken die hen kwalificeren om die studies te volgen, omdat ze denken dat het niet leuk is, te moeilijk’, te ‘nerdy’, etc. Speels in aanraking komen met wetenschap kan juist het begin zijn om juist wel geïnteresseerd te raken in die vakken, motivatie kan als effect hebben dat men zich niet te snel uit het veld laat slaan omdat iets te moeilijk zou zijn, de fascinatie voor de natuur kan leiden tot de wens die natuur te doorgronden of mee te helpen de omgeving waarin we wonen en werken te ontwerpen.

Welke rol speelt de HAN in het WKRU?
Via KWTG is de HAN mede initiatiefnemer van WKRU. Pabostudenten van de HAN spelen een centrale rol binnen het knooppunt. Zij zijn de pedagogische, didactische experts in de dop die samen met de wetenschappers, de inhoudelijk experts, op ‘onderzoek’ uit gaan. Met de basisscholen ontwikkelen zij in teams, rond drie onderzoeksthema’s, prachtige voorbeelden van onderzoekend en vooral inspirerend onderwijs. Kinderen worden uitgedaagd aan de slag te gaan met eigen onderzoeksvragen. Mooi is om te zien dat deze verschillende disciplines/experts elkaar in de praktijk zo goed aanvullen.

Voldoen het wetenschapsknooppunt volgens u aan een behoefte vanuit de pabo’s/ pabo-studenten en/of het onderwijs? Kunt u dit toelichten?
Er is een steeds grotere vraag om kinderen die een bepaalde interesse hebben of (hoog)begaafd zijn iets extra te bieden. De basisschool behoort kinderen de mogelijkheid te bieden hun talenten te ontdekken. Het is daarom ontzettend belangrijk dat zij kinderen al op jonge leeftijd, naast taal en rekenen, in contact brengen met deze ‘nieuwe’ werelden. Het Wetenschapknooppunt is een mooie manier om dit te realiseren. Het is natuurlijk geweldig om als kind een keer in een laboratorium te werken of met een ‘echte’ professor te kijken naar de sterren. Door het ontsluiten van de wereld van de wetenschap creëer je de mogelijkheid aan te sluiten bij interesses en talenten die kinderen vaak al van nature hebben.

Wat hoopt u dat het WKRU gaat bereiken de komende jaren?
Het wetenschapsknooppunt is nu net één jaar oud en verkeert nog in de experimentele fase. Wij zijn als het ware nog aan het onderzoeken hoe deze nieuwe vorm van samenwerking tussen de universiteit, pabo’s en basisscholen het beste vorm kan krijgen. Ik hoop dat het WKRU de komende jaren een vaste waarde in ons onderwijs gaat worden waarbij het heel vanzelfsprekend is dat kinderen toegang krijgen tot de schatkamers van de wetenschap.

Wat voor soort activiteiten zou het WKRU in de toekomst nog kunnen gaan doen?
In de toekomst hopen wij de activiteiten van WKRU verder uit te bereiden. Hierbij denken wij onder andere aan het organiseren van een jaarlijkse summercamp. Net zoals dat je op zeilkamp of voetbalkamp gaat, kunnen kinderen die zich aangetrokken voelen tot de wereld van de wetenschap of een bepaald onderwerp onderzoekend aan de slag gaan.

Wat kan het WKRU voor de HAN of voor de pabo-studenten van de HAN betekenen?
De HAN probeert haar studenten een zo gevarieerd en rijk mogelijke leeromgeving te bieden. Het wetenschapknooppunt is daar een mooi voorbeeld van. Het biedt onze studenten een kijkje in de keuken van wetenschap. Een mooie en belangrijke ervaring voor de toekomstige leraar die creativiteit en innovativiteit stimuleert.

Wat hoopt u dat het WKRU over 2 à 3 jaar bereikt heeft?
Over drie jaar zullen de activiteiten van WKRU een structureel karakter moeten hebben gekregen. Wij hebben dan beproeft wat werkt. De verschillende activiteiten zijn dan een vast onderdeel in het programma van onze pabo’s. Verder ga ik er vanuit dat de interesse bij leraren en leerlingen voor de wetenschap in de regio is toegenomen, waarbij ik het vooral belangrijk vind dat er meer aandacht is voor kinderen die nieuwsgierig zijn naar de bètakant van onze maatschappij.