Techniek ontdekken bij de Barneveldse Techniek Opleiding

Werken in de techniek leer je niet vanachter een bureau. Daarvoor moet je met je handen aan de slag! En dat is precies wat bij de Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) kan. In dit coöperatieve opleidingscentrum werken onderwijs en meer dan negentig technische bedrijven samen om technisch talent op te leiden. Voormalig loodgieter Patrick van der Pijl werkt er als instructeur installatietechniek: “We bieden een optimale mix van praktijk en theorie. Onze leerlingen leren twee dagen per week op school en werken de rest van de week bij een van de aangesloten lidbedrijven.”

Jong geleerd is oud gedaan
Over de leeraanpak is hij duidelijk: “Bij ons mag je fouten maken, want daar leer je het meest van. Dus als een leerling vraagt of hij het goed doet, zeg ik: probeer het maar. Je ziet vanzelf of het lukt. Voor die aanpak is tijdens het echte werk geen tijd, maar bij ons kan het wel.” Dat ze om jongeren te interesseren voor techniek op jonge leeftijd moeten beginnen, begrijpen ze bij BTO ook. Daarom werken ze nu aan opdrachten voor de groepen 7 en 8 van de basisschool. Binnenkort starten ze een pilot. “Kinderen die bij ons zijn geweest gaan met glimmende ogen én een mooi werkstuk naar huis. In een, twee of drie dagdelen maken ze een windmolentje dat energie opwekt, een ventilator op zonne-energie of een motorbootje van gerecyclede petflessen. Dat is een mooie eerste kennismaking met de veelzijdigheid van technische beroepen.”

Lekker prutsen
De aanpak is duidelijk: basisscholen kiezen vooraf welk werkstuk ze hun leerlingen willen laten maken en bezoeken vervolgens BTO om het uit te voeren. Daar gaan de kinderen met de werkvormen aan de gang en mogen ze lassen, zagen, lijmen, solderen en vooral: lekker technisch prutsen. Want dat is het leukste en leerzaamste wat er is. Tegelijkertijd zien ze de werkplaatsen die zo uit de praktijk lijken weggerukt. Een greep uit de aanwezige technische apparatuur: walsen, kolomboormachines, lasmachines, plasmasnijders en industriële slagscharen. En ze maken kennis met mogelijke rolmodellen: het technisch talent van het BTO. Patrick: “De scholen zelf hoeven niets te doen. Wij verzorgen de techniekles van begin tot eind. Techniekervaring is ook niet nodig, elk kind kan bij ons terecht. En we passen ons graag aan de behoefte van de scholen aan. Bij BTO vind je techniek op maat.”

Wil je meer weten over de mogelijkheden bij BTO? Neem dan contact op met BTO via 0342 22 11 22 of mail naar communicatie@btobarneveld.nl

Over BTO
Binnen BTO werken de coöperatie bedrijven, MBO-Amersfoort en het Hoornbeeck College samen aan het begeleiden van vakkundige technische talenten. In het moderne opleidingscentrum in Barneveld bieden ze de opleidingen metaaltechniek, elektrotechniek, installatietechniek en mechatronica/robotica aan. Leerlingen volgen een technische mbo-opleiding op niveau 2 of 3 en kunnen als geslaagde monteur direct als volwaardige collega aan de slag bij één van de BTO-lidbedrijven. Kijk voor meer informatie op www.btobarneveld.nlmechatronica/robotica aan. Leerlingen volgen een technische mbo-opleiding op niveau 2 of 3 en kunnen als geslaagde monteur direct als volwaardige collega aan de slag bij één van de BTO-lidbedrijven. Kijk voor meer informatie op www.btobarneveld.nl


BTO & KWTG
Om kinderen te enthousiasmeren voor techniek moet je vroeg beginnen. Dat weten ze bij BTO wel. Maar hoe je hen precies bereikt en voor welke scholen welke aanpak het beste werkt, daar hebben ze (nog) geen kaas van gegeten. Toch gaan ze voortvarend aan de slag. Het is precies die insteek die Jacqueline Goedhart (projectleider KWTG) zo aansprak toen BTO bij het KWTG aanklopte. Jacqueline: “BTO durft iets nieuws uit te proberen, zet haar eigen expertise en werkplaats in en start gewoon met de kinderen van de basisschool.” Dat ze daarbij hulp vragen is wat Jacqueline betreft een groot pluspunt. “Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Daarom ben ik zo blij dat ze naar ons toe zijn gekomen. We kijken nu naar de werkstukjes, de werkvormen, wat het doet met de kinderen en hoe leraren dit kunnen vertalen naar W&T in de klas. Zo zetten we samen de volgende stap.”